Uitwerking energie zonnevelden: Enkele technische aspecten

  • Aantal keer bekeken 81
  • Terug

Uitwerking energie zonnevelden: Enkele technische aspecten

We gaan uit van een opstelling in rijen met ruimte tussen de rijen panelen. Bij deze opstelling blijft de bodem levend en kan er bijvoorbeeld kruidenrijk grasland groeien. De bedekking op het deel waar de panelen staat is ongeveer 50%.

Een zonneveld heeft altijd een hek met aan de binnenzijde een onderhoudsstrook van zo’n 3 meter. Als percelen erg klein worden dan lopen de ‘randverliezen’ procentueel op maar bij een bruto maat van 2,8 ha (de kleinste maat hier) of groter zijn de randverliezen normaal. Met de transformatieregels blijft van een perceel van 2,8 ha een oppervlakte van een klein 2,1 ha over binnen de hekken. Deze verhouding tussen landschap en zonneveld is de verhouding die we in de oppervlaktebalans hebben opgenomen.

Een standaardopstelling van zonnepanelen, gefotografeerd op een hoogte van iets boven de 2 meter
Een standaardopstelling van zonnepanelen, gefotografeerd op een hoogte van iets boven de 2 meter.
Foto van LOSstadomland

Dezelfde opstelling vanuit een ander standpunt op ooghoogte 150 cm.
Dezelfde opstelling vanuit een ander standpunt op ooghoogte 150 cm.
Foto gemaakt door LOSstadomland

Een exploitabele eenheid van een zonneveld start meestal bij zo’n 5 ha. Let op: Dit is de exploitatie-eenheid niet de ruimtelijke eenheid. Drie percelen van bruto 2,8 ha zijn een mooie basis voor een exploitatie. Het feit dat de exploitatie-eenheid bestaat uit een aantal ruimtelijke eenheden (die dus technisch verbonden moeten zijn) leidt tot licht hogere kosten omdat er meer hek nodig is. Vanwege de andere doelen van het gebied is dit toch noodzakelijk.

De transformatieregels komen uit op een nettodichtheid van 2.865 panelen/ha bij een klein perceel en 3.029 panelen/ha bij een groot perceel. Dan gaat het dus over het aantal panelen binnen het hek. Dat zijn standaarddichtheden waarmee de haalbaarheid in principe oke is (gemiddelde van SDE is 3000 panelen/ha). We kunnen inderdaad met de opbrengsten rekenen waarmee we gerekend hebben in de totale balans.

Bruto ligt de dichtheid natuurlijk lager want 25% van de grond wordt voor landschappelijke inpassing gebruikt. Deze 25% landschappelijke ruimte zal leiden tot een lagere grondwaarde en een lager rendement op de exploitatie.

In de businesscase is de grond maar een beperkt deel van de investering, maar het is cruciaal dat nu al, in deze visie, de gewenste afdracht wordt geregeld. Daarmee wordt de grondwaardesprong getemperd en blijft de exploitatie haalbaar. Vandaar de transformatieregels. Deze regels zijn overigens ook een stimulans om panelen met een hoger rendement te gebruiken zodra dat financieel past.

Een grote maatschappelijke kostenpost is de investering van de netwerkbeheerder in de netcapaciteit. Het transformatievoorstel komt uit op 300.000 standaardpanelen te realiseren voor 2030. Dit is een fors vermogen waarvoor het al snel loont een goede kabel aan te leggen. Wat speelt is dat een netbeheerder, bij voldoende duidelijkheid van de overheid, wel een beetje wil voorinvesteren en de kabel naar het eerste project wat groter maakt.

De kosten van een initiatiefnemer om een zonneveld op een onderstation aan te sluiten hangt af van de afstand van het zonneveld naar het onderstation. Hoe groter de afstand hoe hoger de kosten. Deze kosten maken een belangrijk onderdeel uit in de businesscase.

Onderstations in de gemeente Wageningen.
Kaart van de twee onderstations in de gemeente
Bron: gemeente Wageningen

Voor alle projectmatige energieprojecten in de gemeente stellen we als voorwaarde dat de opbrengstdata real-time met ons gedeeld worden. Op termijn zullen we in Nederland, en ook in Wageningen, naar een smart-grid bewegen. Daarin zal via een prijsmechanisme de opgewekte elektriciteit optimaal verdeeld worden. Van belang worden lokale buffermogelijkheden en bedrijven die handelen in piekopbrengsten of daar een bedrijfsmodel omheen bouwen. Dat proces kan versneld worden als er inzicht is in de lokale opbrengsten en opbrengstfluctuaties.

Dit speelt al op korte termijn. Als we een naar verhouding grote hoeveelheid elektriciteit met zonnevelden opwekken dan is er een hoge dagpiek. Deze piek kan afgevlakt worden met electrische auto’s die hun accu tijdens de piek opladen en ’s nachts ‘verkopen’. Maar daarvoor moeten dan wel een geschikte laadpaalinfrastructuur worden gemaakt. Dit wordt makkelijker als er inzicht is in de omvang van de opwekking.

heeft u aanvullingen op de technische aspecten die hier genoemd zijn?

Terug

Deel

Reacties

  • Betreft dit een casus of geldt dit voor alle in te vullen parken in het buitengebied van Wageningen? "We gaan uit van een opstelling in rijen met ruimte tussen de rijen panelen. Bij deze opstelling blijft de bodem levend en kan er bijvoorbeeld kruidenrijk grasland groeien. De bedekking op het deel waar de panelen staat is ongeveer 50%." "Een zonneveld heeft altijd een hek met aan de binnenzijde een onderhoudsstrook van zo’n 3 meter." Er zijn wel degelijk verschillende invullingen te bedenken en besproken die op verschillende onderdelen beter of slechter scoren. Dat hoort juist onder deze paragraaf. Op basis van meerdere varianten kan je dan keuzes/afwegingen maken, ook zo nodig nog locatiespecifiek. Maak gebruik van o.a. Alterra-rapport en andere vb projecten. Plaatsing van een hek is niet strikt noodzakelijk zoals hier wordt beweerd; er zijn voorbeelden in NL zonder hekwerk.
    31-3-2020 17:12:04
  • Uitwerking van zonnevelden/parken en waar moet je op letten? Deze vraag is net zoals bij windmolens cruciaal. Hier minimaal opnemen wat de effecten van zonnevelden/parken zijn op bodem, flora en fauna. In onder meer Alterra-rapportnr 2945 Zonneparken natuur en landbouw is daar het een en ander over beschreven voor zover bekend. Voor een aantal soorten kan het gunstig zijn voor andere soorten juist ongunstig. Daarbij geldt natuurlijk ook de factor opstelling en dichtheden van de zonnepanelen; hoe meer ruimte hoe beter voor bodem, flora en fauna.
    31-3-2020 17:03:27
  • Bovenstaand verhaal over bodembedekking met panelen, geeft de indruk dat er veel mogelijk is voor bijv. kruidenrijk grasland. Er wordt gesteld dat er op maar 50% van de bodem panelen staan. Maar de invloed van de panelen op de hoeveelheid zon op de bodem en daarmee ook de mogelijkheden voor een bloemrijke vegetatie zijn veel groter. Midden op de dag is het effect al groter dan 50% omdat de zon niet loodrecht boven ons staat. Eerder en vroeger is de slagschaduw veel groter. Dat zorgt dus voor flinke schaduweffecten en daarmee wordt het de vraag hoeveel kruidenrijke/bloemrijke vegetatie kan worden gerealiseerd. Er wordt gesproken over 25% van de grond voor landschappelijke inpassing. Onduidelijk is wat er wordt bedoeld met die inpassing: gaat het over beplanting? zo ja, welke dan?
    31-3-2020 8:41:48
  • Sluit prima aan bij wat ik eerder al zei! Dit maakt de voorstellen veel realiseerbaarder dan ze eerst leken.
    20-3-2020 12:25:02
  • Leo
    De foto illustraties, vooral de bovenste, zijn deerniswekkend. Daar fiets je toch niet voor je plezier langs! Vooral bij oost-west gesitueerde fietspaden zijn veel aantrekkelijker plaatjes te maken, waarbij de palen een meter of zo langer worden en de panelen vooral ook boven het fietspad worden geplaatst. Bij een hoger zonnedak lijkt me een hekwerk ook niet meer nodig. Het moet niet moeilijk zijn om uit te rekenen hoe lang en breed zo'n zonneperceel moet zijn om op die manier op die 2,8 ha bruto of 2,1 ha netto uit te komen. Als inspiratiebron kun je kijken naar elders al bestaande parkeerterreinen met zonnedak. Voor fietsers is het veel leuker om af en toe van onder een overkapping de akkers en weiden in te kijken dan onbeschut tegen zo'n partij glazen daken aan.
    8-3-2020 11:28:13
U moet registreren/ingelogd zijn om te reageren