Achtergrond: Overzicht van criteria voor de beoordeling van modellen voor grootschalige opwekking

  • Aantal keer bekeken 275
  • Terug

In onderstaand schema staan de criteria die we in de workshops van de gebiedsconferentie hebben gevonden.

 

Groepsnaam criteria voor bestuurlijke weging

Specifiek criterium

Waar gaat het over? 

1

Sfeer/ beleving

 

We onderscheiden sfeer van ‘beeld’ (wat zie je). Dit gaat meer over beleving en ervaring. ”Wat doet het met je” is de centrale vraag.
Bovenaan staat ‘beleving of sfeer’, wat doet het met je, hoe verandert je beleving, als je je voorstelt dat ergens windmolens of zonnepanelen staan.

2

 

Aantasting groene sfeer.

Een belangrijk criterium is of de sfeer van de omgeving verandert door de aanleg van zonnepanelen en windmolens. Dat is vooral zo als de sfeer van de bestaande situatie groen is. 

3

 

Passend bij sfeer

Als de sfeer al ‘rood’ of druk of onaantrekkelijk is dan zijn er mogelijkheden. Als de sfeer onaantrekkelijk is maakt het niet zoveel uit wat je erbij zet. Als de sfeer índustrieel is kunnen panelen of molens ook een versterking van de sfeer zijn. Denk aan haven, weg, bedrijventerrein.

4

 

Verborgen, niet beleefbaar

Het kan ook zijn dat je de windmolen of de panelen niet kunt waarnemen (windmolen in bos of panelen achter hagen) dan is sfeer ok.

5

 

Beperken invloed op sfeer

Je kunt de impact van de sfeerverandering ook proberen te beperken: maak bijvoorbeeld gebruik van het bestaande landschap, zet niet overal windmolens neer maar concentreer ze, leg een bos of hagen  aan.

6

 

Maken nieuwe sfeer

Je kunt ook een nieuwe sfeer bouwen, vooral bij zonnepanelen en met de aanleg van hagen of ander groep. Dan kijk je anders naar de situatie. Bij windmolens is dit lastiger maar niet onmogelijk. Denk bijvoorbeeld aan een windmolen op de hoogste plek of een rij windmolens langs een snelweg.

7

 

Regionaal effect

Wat is het cumulatieve effect van de bouw van molens en panelen in verschillende gemeenten. Vooral voor windmolens is dat van belang.

8

Beeld

 

Wat zie je, wat is het concrete beeld? Als je er minder van ziet dan heeft het minder gevolgen

9

 

Ontwerp/vorm/plaatsing

Het maakt uit hoe je het doet. Kleur, plaatsing etc.

10

 

Zichtbaarheid

Hoe zichtbaar is het project, en wat zie je vanaf waar. Een meetbaar aspect van de sfeer dat je eigenlijk altijd wilt weten .
We hebben een kaart samengesteld waar je behoorlijk nauwkeurig op kunt zien hoe open een gebied is. Klik op: 
https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b-93b7597de188&gm-z=8&gm-x=163419.21292609384&gm-y=422206.5856414519&gm-b=1557573758338,true,1;1577980949152,true,1;1556285688739,true,1;1554198246223,true,1;1555682077585,true,1;1553374543617,true,1

 

11

 

Uitzicht

Dit is een specifieke vorm van zichtbaarheid. Een ‘uitzicht’ heeft een eigen waarde. Zichtbaarheid binnen een waardevol uitzicht is anders dan algemene zichtbaarheid. Uitzicht geldt meestal vanuit een woning of vanaf een bepaalde locatie.

12

 

Openheid

Openheid is een kenmerk van een gebied en een vorm van maatschappelijke waarde (zie ook bij waarde) van een gebied. Het kan op zichzelf waardevol zijn en het is kwetsbaar voor aantasting (waardeconcurrentie/vermindering) .

13

Waarde van het gebied

 

We hebben het hier over een breed waardebegrip. Niet alleen functioneel maar ook de maatschappelijke waarde. Zoals bijvoorbeeld openheid.

14

 

Lage gebiedswaarde geeft mogelijkheden

Sommige gebieden waardeer je laag. En dan zeg je: zet het daar maar neer. De vraag is dan: hoe algemeen is die mening? En hoe zit het met de financiële waarde?

15

 

Hoge gebiedswaarde leidt tot uitsluiting

Er zijn ook gebieden die je zo hoog waardeert dat je ze wilt uitsluiten van energie opwekking. In Wageningen bijvoorbeeld is in dit verband het centrum van het binnenveld vaak genoemd. Sommigen willen dat daar de openheid tot uitsluiting leidt.

16

 

Waardeconcurrentie/vermindering

‘Goede landbouwgrond moet plaatsmaken voor’ is hier een voorbeeld van.

17

 

Waardevermeerdering

‘Zon is beter dan intensieve veeteelt’ is een voorbeeld dat je kansen ziet in een hogere waarde door zonnepanelen en wind. Dat zie je eigenlijk altijd bij meekoppelkansen.

18

Biodiversiteit

 

Dit is een verzamelgroep van koppelkansen met natuur en problemen met natuur. Het zou moeten helpen om tot een soort biodiversiteitsagenda in het kader van de energietransitie te komen.

19

 

Schade aan bestaande natuur

Dit is sterk in beweging, er wordt onderzoek gedaan. Windmolens mogen bijvoorbeeld niet op ganzenoverwinteringsgebieden vanwege de inschatting van schade. Er zijn ook mitigerende technieken zoals het stilzetten van molens als er vogels aankomen.

20

 

Mogelijkheden voor nieuwe natuur

Meestal koppelkansen (zie onderstaand)

21

Koppelmogelijkheden

 

Er zijn legio koppelkansen. Deze zijn in ieder geval van belang voor de voorwaarden voor opwek 

22

 

Tweede laag boven bestaande laag

Boven parkeerplaats, boven fietspad etc.

23

 

Daken (expliciet/impliciet)

Een specifieke vorm van een tweede laag en vaak het centrale onderwerp voor de discussie.

24

 

Koppelen met stedelijke plekken

Dit kan op allerlei manieren, meestal omdat het dan het minste schade doet, maar ook een positieve insteek is mogelijk (geluidsweringen), gevelpanelen.

25

 

Koppelen met natuur

Biodiversiteitsbevordering en vele vormen

26

 

Koppelen met recreatie

Tussen de velden wandelen, voorbeeld  https://www.destentor.nl/olst-wijhe/wijhe-bouwt-eerste-energietuin-van-nederland-is-dit-de-opvolger-van-het-verfoeide-zonnepark~a54cdb9f/

27

 

Koppelen met bodem

Meestal bodembiodiversiteit.

28

 

Koppelen met water

Denk aan waterberging, waternatuur.

29

 

Koppelen met landbouw

Meestal een financiële koppeling maar er zijn ook versies van de tweede laag boven de landbouw 

30

 

Koppelen met landschap

Veel mogelijkheden voor de combinatie voor inpassing en aanleg van landschap. 

31

 

Financiële koppeling

Denk aan groenfonds, onderdeel van bedrijfsvoering.

32

Participatie/draagvlak

 

Participatie is maar een van de manieren om draagvlak te krijgen maak velen maken deze koppeling wel. 

33

 

Financieel participeren

Dit is momenteel ‘hot’. De gedachte is dat er draagvlak ontstaat omdat mensen zelf financieel profijt hebben

34

 

Overig participeren

Betrokken bij planontwikkeling, gevoel van redelijke invloed etc.

35

 

Winst van anderen

Als anderen er met de buit vandoor gaan dan vervalt al het draagvlak, hetzelfde als afvloeiing bij financiële aspecten

36

 

 

 

37

Locatie

 

Waar leg je parken aan, waar zet je molens neer?

38

 

Zones/principelocaties

Mensen hebben het over principes: in de buurt van de bebouwing of juist niet. Meestal is dit een soort verzameluitspraak waarin voornoemde componenten verwerkt zitten. Dan kan helpen tot een soort zonering te komen.

39

 

Specifieke locatie

Sommige plekken worden als kansrijk benoemd en sommige juist helemaal niet.

40

Duurzaamheid

 

Lastig als begrip, de meeste koppelkansen zitten erin.

41

Tijdsaspect en tijdelijkheid

 

Wat doe je nu en wat doe je later?

42

 

In welke volgorde doe je dingen.

Ga je eerst zonnepanelen op daken doen en dan pas op het land?

43

 

Wat is de mate van tijdelijkheid

Windmolens en zonnepanelen staan er misschien niet voor eeuwig. Wat kun je hier over zeggen? 

44

 

Inspelen op zich ontwikkelende technologie

Het is verstandig om niet te snel te gaan want morgen is er misschien een oplossing die beter is dan die van vandaag.

45

 

Hoe ver werkt je besluit vooruit

Als je nu een besluit neemt hoe lang heeft dat besluit dan gevolgen?

46

Gezondheid

 

Gaat over de mate waarin je last hebt van de milieuaspecten. Je meet dus wat de milieueffecten van een ingreep zijn en je kijkt wie daar last van heeft. Welke normen hou je aan, bijvoorbeeld WHO of regulier (niet genoemd)?

47

 

Meetbare verstoring

Hoe hard is het geluid, de schaduwwerking etc.?

48

 

Subjectieve verstoring

Heb je grip op de zaak? Wat doet het met je? Moet je je leven aanpassen?

49

Effectiviteit

 

Ben je wel slim bezig? Met veel verschillende insteken.

50

Techniek

 

Klopt het wel wat je doet? Veel verschillende opmerkingen.

51

 

Is er de juiste wind?

Is de windval wel goed zo rond de heuvels?

52

 

Nog veel meer andere aspecten

Er is een groot aantal technische aspecten die van belang zijn maar die niet genoemd zijn tijdens de gebiedsconferentie.

53

Financiële aspecten

 

 

54

 

Vermindering woningwaarde

Zorg van woningeigenaren, vooral bij windmolens. Blijkt ook daadwerkelijk waar te zijn maar is erg afhankelijk van de situatie.

55

 

Kansen bedrijfsvoering landbouw

Bij windmolens gaat het om extra verdienvermogen van de grond. Bij zonnevelden is de koppeling minder duidelijk omdat je de grond niet echt productief kunt gebruiken.

56

 

Afvloeiing van het geld naar elders

Projectontwikkelaars voor de energietransitie worden bijvoorbeeld gefinancierd door investeringsbedrijven.

57

 

Investeringsfonds

Bijvoorbeeld voor het landschap.

58

 

Lokale investering door omwonenden

Is het de lokale gemeenschap die investeert, dat is niet hetzelfde als een lokale investeerder. Heeft een financieel aspect en een participatieaspect. 

59

Milieu

 

(pesticiden als neveneffect?) 

60

 

Geluid

Het geluid van een windmolen. 

61

 

Rust

Een kenmerk en waarde van een gebied. Je kunt rust verstoren

62

 

Slagschaduw

Een effect van een molen

63

 

Schittering

Een effect van zonnepanelen.

64

 

Gevaar

Een dreiging van windmolens en van een deel van de infrastructuur die nodig is. (Is niet genoemd tijdens de gebiedsconferentie).

Vorig artikelVolgend artikel

Deel

Reacties

  • Onoverzichtelijk schema en zonder wegingsfactoren is voor de lezer niet duidelijk hoe deze criteria uitwerken op initiatieven.
    27-3-2020 9:37:20
U moet registreren/ingelogd zijn om te reageren