Achtergrond: Grondeigendom, deze visie en de werking van de ruimtelijke ordening

  • Aantal keer bekeken 494
  • Terug

Deze hoofdlijnennotitie bevat een voorstel voor een omvangrijke landschapstransformatie en geeft ruimte voor de aanleg van windmolens en zonnepanelen. Wat betekent dat voor grondeigenaren? Wat zijn de gevolgen voor het gebruik van je grond? En hoe kan de transformatie op gang komen?

In dit achtergrondstuk leggen we hoofdlijnen van de werking van het systeem van ruimtelijke ordening uit en de plek die deze visie daarin inneemt.

In Nederland is in bestemmingsplannen, straks omgevingsplannen, voor ieder grondstuk aangegeven waar het grondstuk voor gebruikt mag worden. Het gaat dan om hoofdfuncties als agrarisch, bos, natuur, wonen, recreatie, bedrijven en verkeer. Als grondeigenaar mag je niet zomaar je grond op een andere manier gebruiken, daar heb je een bestemmingsplanwijziging voor nodig.

Het systeem van de ruimtelijke ordening gaat er vanuit dat een grondeigenaar het gebruik van zijn grondstuk wellicht zal willen veranderen als de economische waarde van een nieuw gebruik hoger is dan de economische waarde van het huidige gebruik (de waardesprong). Dié verandering wordt onderdrukt met de bestemming (we noemen dit ‘restrictief beleid’). In de praktijk werkt het ook zo. Als je bijvoorbeeld een stuk grond met landbouwbestemming hebt en je zou de kans krijgen om dat te gebruiken voor wonen, dan doen de meeste grondeigenaren dat. De grondwaarde van landbouwgrond ligt onder de 100.000 euro/ha en van een woonlocatie op 1 tot 2 miljoen/ha of meer dus dat is verleidelijk.

Het restrictief beleid is een middel, geen doel. Het maatschappelijk doel is om een ‘goede ruimtelijke ordening te maken. Als je het heel simpel zegt (er zijn heel veel nuances) dan proberen we dus in Nederland door middel van restrictief beleid een ‘goede ruimtelijke ordening’ te maken. 

Als eigenaar kun je niet zomaar door de overheid gedwongen worden het gebruik van je grond te veranderen. Daarvoor is onteigening nodig en daar moeten zeer zwaarwegende redenen voor zijn. Dat speelt hier helemaal niet.

Maar de overheid kan een grondeigenaar wel verleiden het gebruik te veranderen. Daar gebruik je een visie voor, deze visie. Zo’n visie creëert mogelijkheden, ruimte voor verandering. In dit geval zijn de zonnevelden de ingreep waarmee een waardesprong gemaakt kan worden. De economische waarde van een grondstuk mét het recht om zonnevelden aan te leggen is op veel plekken veel hoger dan die van landbouwgrond. En met de visie in de hand is het makkelijker de bestemming aan te passen. De onderbouwing en wenselijkheid is immers al aangegeven. En de verandering kan beter begeleid worden. Er kunnen bijvoorbeeld makkelijker investeringen in de infrastructuur worden gedaan.

De visie op het buitengebied probeert daarbij een optimum te vinden. Het gaat immers niet alleen om zonnevelden maar ook om een goed landschap, toegankelijkheid, natuur etc. kortom, allerlei maatschappelijke doelen. Die doelen moeten betaald worden uit de waardesprong. Daarin zit natuurlijk een balans. Als je de waardesprong te klein maakt door te veel eisen te stellen gaat geen enkele grondeigenaar mee. 

Vorig artikelVolgend artikel

Deel

Reacties

  • Het ontwikkelen van zonnevelden staat haaks op de natuurambitie uit het vorige hoofdstuk rond biodiversiteit. Er wordt alleen gekeken naar de bovengrondse biodiversiteit maar niet of te weinig naar de bodembiodiversiteit en het belang daarvan voor de totale natuur. Om een indruk te geven van de flora en fauna die met dit beleid over het hoofd gezien wordt: Het opgetelde gewicht van het bodemleven per hectare weiland is ruim 24.000 kilo! (*zie onder) Dat dit ondergrondse leven minder goed met het blote oog waarneembaar is, maakt het niet minder belangrijk voor het totale ecosysteem. Al dat bodemleven wordt gevoed door de fotosynthese van de bodemgewassen. Direct via de wortels (suikers, organische zuren, aminozuren, maar ook antibiotica) of indirect via opbouw van organische stof (wortel- en gewasresten). Het wegnemen van een groot deel van het zonlicht aan het maaiveld, ontneemt voedselbronnen aan het bodemleven. Dat is geen hogere wiskunde. * Bodemleven in vruchtbare grond (Stockli 1950): Per hectare zijn aanwezig: Bacteriën en actinomyceten 10.080 kg, Schimmels 10.000 kg, Protozoën 379 Kg, Nematoden (aaltjes) 50 Kg, Springstaarten 6.5 Kg, Mijten 4,4 Kg, Enchytraeen 15 Kg, Duizendpoten, insecten, spinnen 67 Kg, Regenwormen 4.000 Kg en mollen 1 Kg.
    27-3-2020 9:38:49
  • Leo
    Het zonneveld als waardesprong om grondeigenaren mee te verleiden lijkt me linke soep. Garanties dat dit tot de gewenste resultaten mbt landschap, natuur en toegankelijkheid leidt zijn moeilijk te geven. Bv met afkoop van verplichtingen door storting in een landschapsfonds kan zo'n grondeigenaar zijn eigen grondstuk met een voorheen agrarische bestemming aardig 'verpesten', in ieder geval voor het oog van de buren en passanten. In het hoofdstuk "Uitwerking energie zonnevelden: welk scenario kiezen we?" wordt een inspirerend voorbeeld uit Wijhe gegeven, waarin een lokale coöperatie verbetering van landschap voorop heeft staan, maar daar is de gemeente toevallig eigenaar van de kale akker waarop naast hagen, een boomgaard, voedselbos e.d. een 'zonnepark' wordt aangelegd. Volgens mij kan het bij particuliere grondeigenaren alleen maar werken als die de waardesprong niet als doel op zich zien maar als middel tot het bereiken van 'hogere' doelen, die kunnen rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak.
    25-3-2020 11:58:02
  • Hoe verleid je grondeigenaren om iets te doen waar het algemeen belang mee gediend is en waar zij zelf ook nog een boterham aan overhouden? Dit kan alleen als alle betrokkenen in een gebied het er over eens zijn dat die waarde ook ten goede komt aan de gemeenschap. Een gebiedscooperatie of een landschapsfonds oprichten is een goede manier om de lusten en de lasten zo te verdelen dat de meerdere doelen die nu op de grond worden geprojecteerd in samenspraak ook te behalen zijn.
    24-3-2020 13:56:13
  • Er zijn heel veel meer en betere mogelijkheden om met grondeigenaren te werken aan gewenste ontwikkelingen. Klompenpaden zijn een eerste voorbeeld; ook vanuit de gemeente moet daar veel meer energie op. Subsidie en stimulering voor zonnepanelen op de vele landbouwbedrijfsgebouwen is een tweede spoor. Overleg over een bijstelling van de inrichting Binneveldse hooilanden ook met SBB is een ander voorbeeld. Kopen van een smalle stroken voor een wandel / fietspaden langs de perceelgrenzen is de volgende nog niet benutte optie. En er zijn heel veel meer creative ideeen tijdens de gebiedsconferentie opgeschreven en de internetconslutatie gaf daar een aanvulling op. Hopelijk is dat niet allemaal weggegooid zodat het alsnog de bovenstaande tekst kan vervangen. Wat ook helpt: een duidelijk plan voor korte, middel lange routes via wandel / hardloop /fiets paden met knooppunten en langere routes die aan alle kanten en hoeken aansluiting hebben op die van de buurgemeentes. En dat uitwerken voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dan weet iedereen waar we wat dat betreft naar toe gaan werken; de 1e stap die nodig is.
    23-3-2020 12:27:23
  • Het lijkt me inderdaad (zie reactie Ronald Busman) dat het argument dat de aanleg van zonnevelden nodig zijn voor een ‘waardesprong’ hier oneigenlijk gebruikt wordt. Voor de boer is het nu misschien aantrekkelijker om zonnepanelen op zijn land te leggen dan een andere functie vanwege de subsidies daarvoor. Maar hoe zou dat dan de andere doelen dichterbij brengen? En welke visie dient dit dan? Er zijn andere manieren te bedenken om boeren economisch te verleiden en ook andere doelen te realiseren.
    23-3-2020 0:17:18
  • Uit bovenstaand stukje begrijp ik dat landschap, natuur en maatschappelijke doelen in het buitengebied blijkbaar alleen betaald kunnen worden door zonnevelden aan te leggen. Er staat immers: "Die doelen moeten betaald worden uit de waardesprong". Ik denk dat deze doelen ook betaald kunnen worden door de overheid / de maatschappij vanuit de erkenning dat dit belangrijke doelen zijn, dat is een politieke afweging.. Zonnevelden hebben een negatief effect op het landschap en mogelijk ook op de natuurwaarden. Misschien is het vanuit het klimaatbeleid noodzakelijk om ze aan te leggen in het buitengebied. Maar het lijkt me niet goed om dit te verkopen vanuit onder meer het belang van landschap en natuur.
    22-3-2020 22:24:00
  • Mee eens (Titia). Echt creatief denken over het gebruik van grond en win win situaties opzoeken levert vaak meer op: niet alleen financieel maar ook als het gaat om mensen, waarden, samenwerkingen en andere belangrijke aspecten.
    22-3-2020 20:19:22
  • "In dit geval zijn de zonnevelden de ingreep waarmee een waardesprong gemaakt kan worden". Dit vind ik veel te stellig gezegd. Laten we vooral ook zoeken naar andere ingrepen die ook extra waarde aan de grond geven. Zon levert veel op, maar bijvoorbeeld moestuinen, voedselbossen, ander vormen van landbouw, waterberging, zorg kunnen ook geld opleveren, zo kunnen er verrassende combinaties ontstaan die economisch rendabel én voor natuur/mens/landschap positief uitwerken.
    20-3-2020 15:22:08
U moet registreren/ingelogd zijn om te reageren
wageningen
2222