Achtergronden

Energietransitie

In 2012 heeft de gemeenteraad van Wageningen de routekaart Wageningen Klimaatneutraal 2030 vastgesteld. In 2017 is daar het derde uitvoeringsprogramma voor opgesteld ‘Klimaatplan 2017-2021” dat inmiddels door 43 klimaatpartners is ondertekend. Het klimaatplan bestaat uit veel uiteenlopende projecten van de klimaatpartners: van zon op dak tot warmte van Parenco en energiebesparingsacties. Kijk voor de activiteiten op http://wageningenduurzaam.nl.

Naast het lokale beleid zijn we als  gemeente Wageningen ook betrokken bij het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES) binnen Regio FoodValley. De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energieinfrastructuur. In het voorjaar 2020 zullen de resultaten uit de RES aan de raad worden voorgelegd. De tussentijdse inzichten uit het proces van de RES worden meegenomen in het proces van de visie buitengebied. Omgekeerd zullen de tussenresultaten uit het proces van deze visie buitengebied worden ingebracht in de RES. 

In juni 2019 hebben we ‘Voorlopige criteria en voorwaarden voor zonneparken in Wageningen’ vastgesteld zodat we voorbereid waren op aanvragen voor de ontwikkeling van zonneparken. Bij de voorlopige criteria hebben we aangegeven dat dit ‘vooruitlopend was op een breed afwegingskader’. En dat brede afwegingskader gaan we in deze visie buitengebied opstellen. 

Installaties voor warmte opwek en opslag van energie kunnen ook een beslag leggen op de buitenruimte. Opwek en opslag van warmte gebeurt bij voorkeur in of zo dicht mogelijk bij (concentraties) van bebouwing. Voor Wageningen zal het dus vooral gaan in de randen van het buitengebied die tegen de bebouwde kom aanliggen.

 

De algemene opgave voor de energietransitie in deze visie is om te bepalen wat de definitieve criteria zijn voor de opwekking van wind- en zonenergie. Onderdeel van de criteria is de afweging tussen windmolens en veldopstellingen voor zonnepanelen.

Met welke stappen komen we tot ‘definitieve criteria’?

Wij willen in een aantal stappen naar deze criteria toewerken. 

Stap 1. We willen in gesprek met de samenleving tijdens de idee-ontwikkelingsfase van deze visie een zo volledig mogelijk overzicht van kansen en bedreigingen voor windmolens en zonnevelden opstellen. Daar halen we een overzicht van criteria en argumenten op. We zijn nieuwsgierig naar alle voor- en tegenargumenten, dat is waar we naar op zoek gaan.     

Stap 2. Met de opbrengsten van dat gesprek maken we in de derde fase van dat proces (uitwerking) vervolgens een afweging waarin we de criteria en argumenten wegen. 

Stap 3. De resultaten van die weging leggen we vervolgens weer voor aan de samenleving.

Stap 4. Nadat we de reacties beoordeeld hebben maken we een definitieve visie en nemen we een besluit

De discussie over windmolens en zonneparken loopt al lange tijd. Omdat we toe willen naar het afwegingsproces zoals we dat hiervoor aangegeven hebben, willen we de discussie over wind en zonnevelden zo concreet mogelijk maken.

 

Onderbouwing van de opgave

Hoe komen we aan een energieopgave van 500TJ? Deze opgave ligt immers een stuk hoger dan de opgave waarmee we tot dusver hebben gerekend. We volgen nu de landelijke rekenmethodiek en dat leidt tot een aangepaste opgave.

De routekaart Wageningen Klimaatneutraal 2030 is gebaseerd op de actorenbenadering, te weten het energieverbruik en duurzame energieopwekking van Wageningen als een sociale eenheid, van alle bedrijven en huishoudens samen (dus ook energieverbruik en -opwekking buiten de gemeentegrenzen door deze actoren). Maar nu is de grondgebiedbenadering (al het energieverbruik en –opwekking op het grondgebied van Wageningen) de landelijke rekenmethodiek. Met de grondgebiedbenadering worden namelijk dubbeltellingen voorkomen.   

Volgens de routekaart Wageningen Klimaatneutraal 2030 willen we de doelstelling om in 2030 klimaatneutraal te zijn behalen door: 50% energiebesparing, 25% duurzame energieopwekking en 25% inkoop van duurzame energie (energie wat dus buiten Wageningen wordt opgewekt). Doordat we nu de grondgebiedbenadering hanteren is het niet meer mogelijk de duurzame inkoop van energie en de duurzame energieopwekking buiten de gemeentegrenzen mee te tellen voor onze doelstellingen. Met andere woorden de opgave voor Wageningen om klimaatneutraal te worden wordt een stuk groter voor het Wageningse grondgebied. Veel gemeenten in Nederland die de opgave volgens de grondgebiedbenadering hebben berekend willen deze doelstelling dan ook niet in 2030 maar pas in 2050 behaald hebben. Er bestaan veel verschillende manieren om de energieopgave te berekenen.

De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd bij de berekening van de lokale energieopgave van 500TJ:

  • De doelstellingen uit de routekaart Wageningen Klimaatneutraal 2030 zijn als uitgangspunt genomen; 
  • Voor gas- en elektriciteitsverbruik is de doelstelling 50% te besparen en 50% duurzaam op te wekken. 
  • Voor mobiliteit is de doelstelling een reductie van 60% van de uitstoot te behalen in 2030 en 100% in 2050. We hebben dus in de berekening slechts 60% van de opgave op het gebied van mobiliteit meegenomen.
  • De huidige energievraag (inclusief mobiliteit) van gemeente Wageningen is 2375TJ in 2017. Hiervan wordt reeds 67TJ duurzaam opgewekt op Wagenings grondgebied (zonnepanelen, warmtepompen);
  • Van de huidige energievraag worden de besparingsdoelstellingen, huidige duurzame energieopwekking van afgetrokken. Daarnaast gaan we uit dat van de resterende opgave 60% in elektra en 40% in warmte (landelijke norm) moet worden opgewekt.
  • Daarnaast is opnieuw de zonpotentie op dak maximaal in beeld gebracht en deze potentie is van de resterende opgave op het gebied van duurzame elektriciteitsopwekking afgetrokken.

 

Een opgave van 500 terajoule tot 2030

We hebben berekend dat we 500 terajoule moeten opwekken met zonnevelden en/of windmolens, in aanvulling op al onze andere activiteiten voor de energietransitie.

 

Wat heb je nodig om 500 terajoule op te wekken?

Een windmolen van 3 MW brengt ongeveer evenveel op als 10 ha standaard zonneveld. Een grotere molen (5,6 MW) staat ongeveer gelijk aan 19 ha zonneveld. In de buurt van zo’n molen zijn wel restricties vanwege geluid en gevaar. In een straal van 400 meter tot 500 meter kunnen er bijvoorbeeld geen woningen of ‘gevoelige objecten’ gebouwd worden. Maar het normale gebruik van de gronden voor bos of landbouw, en vaak ook natuur, kan doorgaan.

De 500 terajoule kan opgewekt worden met:

  • 188 ha standaard zonneveld, 
  • 376 ha (bandbreedte is groot!) ‘park met zonnepanelen’ of 
  • 125 ha volledig met zonnepanelen bedekt gebied. 

Het kan ook met:

  • 18 windmolens van 3 MW (het type dat je nu langs snelwegen ziet verschijnen);
  • of ongeveer 10 molens van 5,6 MW (nog geen voorbeelden van). 

En, natuurlijk, je kunt iedere mix maken uit bovenstaande ingrediënten! 

    We rekenen met 1 windmolen van 3MW=27 TJ en 1 ha standaard zonneveld = 2,7 TJ.

     De verschillende typen zonnevelden worden in de paragraaf daarover toegelicht.

 

Hoe komen we, samen, tot argumenten en criteria?

Zoals aangegeven willen we in de idee-ontwikkelingsfase argumenten en criteria verzamelen voor zonnevelden en windmolens. Door deze argumenten en criteria door de samenleving te laten opstellen weten we wat de Wageningse samenleving wil laten meewegen bij een besluit. Om de criteria en argumenten zo volledig mogelijk te krijgen moeten we de uitersten van het speelveld verkennen. Als je de hele opgave met windmolens invult, of de hele opgave met zonnevelden dan zoek je de uitersten aan de maximale kant. Dus dat gaan we vragen. 

We willen we ook een ‘minimum’ onderzoeken. Dat is voor ons de helft van de opgave van 500 terajoule. 

Dan kom je tot het volgende ‘onderzoeksschema’ waarin de percentages van de opgave staan aangegeven.

Schermafbeelding2019...

 

In de volgende paragrafen zult u bij de opgave deze drie percentages tegenkomen: scenario’s voor zon en wind van 100%, 50% en 25%.

In de afweging die wij in de uitwerkingsfase makengaan we op zoek naar de beste combinatie en kiezen we ergens tussen deze uitersten een optimum. Bijvoorbeeld (let op dit is echt een voorbeeld, we weten nog niet waar we uitkomen) kunnen we 80% van de kwantitatieve opgave op een goede manier halen en doen we dat dan met 40% zon en 60% wind of met een andere mix? De voorstellen voor de combinatie bespreken we nog eens met de samenleving voordat we ze definitief opnemen in de ontwerpvisie.

| Categoriën: Energietransitie | Tags: | Aantal keer vertoont: (197) |

Geef commentaar